De juiste hond kiezen
De juiste hond kiezen
Op het moment dat je de puppy ziet, is het al te laat.
De ogen. De oren. De manier waarop ie struikelt over zijn eigen poten. Evolutie heeft honden voorzien van een uiterlijk dat ons menselijk brein behendig kortsluit, en dat werkt. Elke keer. Op alles en iedereen. Inclusief diegenen van ons die zichzelf als rationeel beschouwen.
Toch is er voor dat beslissende moment waarop je ja ik neem hem zegt een moment waarop je nog wel degelijk kunt nadenken. DIT is dat moment. Maak er gebruik van.
De grootste fout bij het kiezen van een hond is niet dat mensen een slechte keuze maken. Het is dat ze helemaal geen keuze maken: ze worden meegenomen door een gevoel, en noemen dat achteraf een beslissing.
Een hond is tien, misschien vijftien jaar jouw dagelijkse realiteit. Niet alleen op de foto’s die je deelt. Ook op de regenachtige dinsdagochtend om kwart voor zeven, als hij uitgelaten moet worden en jij eigenlijk niet wilt. Ook dan.
Karakter boven uiterlijk klinkt als een dooddoener. Maar het is de kern van alles. Stel je zelf niet alleen deze vraag: “vind ik deze hond mooi?” Vraag jezelf ook: “Past mijn leven bij deze hond?” Die twee vragen zijn niet gelijk, en de tweede is de enige die telt.
Elk hondenras is het resultaat van generaties selectief fokken op specifiek gedrag. Dat gedrag verdwijnt niet als het voor ons even niet goed uitkomt. Een border collie is gemaakt om urenlang kuddes schapen te drijven, met energie, focus en een neiging tot blaffen en ‘happen’ bij bewegende dingen. Kinderen die rennen zijn, vanuit het perspectief van een border, een bijzonder slecht luisterende kudde en het is de hoogste tijd dat iemand daar nu iets aan doet.
Dat is geen kwestie van opvoeding. Dat is gedrag dat ingebakken zit. Je kunt het begeleiden, bijsturen en samenwerken met wat je hond van nature is. Maar je kunt het niet wegtrainen alsof het een vervelende eigenschap is die hij ergens heeft opgepikt.
Weet dit soort dingen vóórdat je verliefd wordt. Niet om de magie te bederven, maar om te weten waar je ja tegen zegt.
Een puppy is een baby ontvoerd van een vreemde planeet en in een vreemde mensenwereld terechtgekomen. Dat klinkt voor de hand, maar wat dat doet voor de beleving van je pup en hoe jij dat moet begeleiden wordt vrijwel altijd onderschat.
Een puppy is niet zindelijk. Een puppy slaapt niet door. Een puppy bijt, niet uit agressie, maar omdat hij een mond heeft en de wereld ermee ontdekt, inclusief jouw handen, je meubels en de hoek van je bankstel. Een puppy heeft socialisatie nodig in een belangrijke periode die korter is dan de meeste mensen beseffen, en die kans krijg je maar één keer.
Een volwassen hond heeft een karakter dat je in actie kunt zien voordat je een beslissing neemt. Wat je ziet, is voor een groot gedeelte wat je krijgt. Dat is geen gebrek aan potentie voor groei, maar transparantie. En transparantie bij het kiezen van een hond is een onderschat geschenk.
Sommige rassen hebben veel beweging nodig. Sommige hebben intensieve vachtverzorging nodig. Sommige zijn van nature wantrouwig tegenover vreemden, of hebben een sterke jachtdrift, of kunnen slecht tegen lang alleen zijn. Dit zijn geen karakterfouten. Dit zijn simpelweg eigenschappen.
De vraag is niet of die eigenschappen ‘goed’ of ‘slecht’ zijn. De vraag is of jij de persoon bent die daarmee kan leven, niet alleen op zon- en feestdagen, maar in de dagelijkse praktijk van een gewone week, inclusief de weken dat je werk druk is, het regent en je hoofdpijn hebt.
Als je voor het eerst een hond neemt, zijn sommige rassen minder vergevingsgezind voor het maken van fouten die nou eenmaal bij leren horen. Dat is geen reden om geen hond te nemen. Het is een reden om je keuze bewust te maken.
Een betrouwbare fokker werkt via rasverenigingen en is open over gezondheidsonderzoeken, het karakter van de ouders en de omstandigheden waarin de pups opgroeien. Goede fokkers stellen ook vragen aan jóu. Als niemand de vraag stelt of jij geschikt bent voor dit ras, is dat een belangrijke rode vlag.
Het asiel is ook een optie. Zoals bij Dierenbeschermingscentrum Limburg. Afgelopen woensdag ben ik daar aan de slag gegaan met een Stafford, Kangal, Mechelse en Duitse herder. Stuk voor stuk hele leuke honden, maar compleet andere karakters. Ongeveer een kwart van de honden in het asiel is een rashond, en kruisingen verdienen een eerlijke tweede kans, zeker als je weet welke rassen in de afkomst zitten en wat dat gedragsmatig kan betekenen.
Als je twijfelt is een trainer of gedragsdeskundige mee laten kijken geen overdreven maatregel. Dat is gewoon slim. Mensen bellen ons vaak pas als er al hardnekkige problemen zijn.
Uiteindelijk is het kiezen van een hond niet alleen de vraag of deze hond bij jou past. Het is ook de vraag of jij bereid bent je leven aan te passen aan wat jouw hond nodig heeft.
Een goede match is niet eenzijdig. Jij brengt iemand in huis die volledig afhankelijk van jou is, die niet kan uitleggen wat ie nodig heeft en die altijd zijn best doet met wat hij heeft meegekregen: aan instinct, aan genetica, aan de eerste weken van zijn leven die jij niet hebt meegemaakt.
Die verantwoordelijkheid begint niet na de adoptie. Die begint nu, op het moment dat je nog rustig kunt nadenken. Gebruik dit moment goed.
De puppyogen komen later vanzelf wel.
Twijfel je over een match? Plan een adviesgesprek in.